Stress is geen teken dat er iets mis is met je.
Stress is het lichaam dat zegt: “Ik moet je beschermen.”
In CMFT-taal is stress geen vijand, geen fout en geen emotie die weg moet.
Het is een zenuwstelsel in waakstand.
Je lichaam stelt voortdurend maar één vraag:
“Ben ik veilig?”
Als het antwoord misschien niet is, gaat stress aan.
Dat kan gebeuren door echt gevaar, maar net zo goed door een blik, een conflict, een moeilijke mail, of de angst om niet goed genoeg te zijn. Je lichaam maakt geen onderscheid tussen een tijger en emotionele dreiging. Voor het zenuwstelsel is dreiging gewoon dreiging. En dus bereidt het zich voor. Niet omdat je zwak bent, maar omdat je systeem wil overleven.
Wanneer stress opkomt, denkt het lichaam niet in woorden.
Het handelt.
Het zegt: “Ik moet iets doen.”
Dat “iets” ziet er meestal uit als:
Dit zijn geen karaktertrekken.
Het zijn biologische beschermingsmechanismen.
Belangrijk in CMFT: stress ontstaat vaak in contact.
Niet alleen door wat er gebeurt, maar door wat er tussen mensen kan gebeuren.
Een spanning in de relatie.
Een onzekerheid over of je er wel of niet mag zijn.
Een oude ervaring die aangeraakt wordt in je systeem (lees lichaam)
Stress gaat zelden alleen over het moment.
Het gaat over veiligheid in verbinding.
Wanneer stress oploopt, verliezen we verbinding met ons lichaam, met de ander en met het hier-en-nu. We gaan reageren in plaats van voelen. Handelen in plaats van aanwezig zijn. Het hoofd/ego neemt het over, de sensaties het lichaam wordt genegeerd, en de ander voelt verder weg. De amygdala in de hersenen, het ego, neemt het over samen met de gevoelens van spanning. Dit tezamen creëert een tunnelvisie en vele primaire reacties in het lichaam. Dat is het moment waarop veel mensen denken en besluiten het op te moeten lossen, of naar bovenstaande overlevingsmechanismes te handelen. Maar stress wil geen oplossing. Stress wil gezien worden.
Daarom begint CMFT altijd met Connect.
Niet: wat moeten we doen?
Maar: ben je hier alleen in?
Wanneer iemand vertraagt, afstemt en benoemt wat er gebeurt
“Ik merk dat dit spanning oproept” krijgt het zenuwstelsel een ander signaal: Ik ben niet alleen.
En dat is regulerend.
Vertragen verlaagt stress.
Benoemen haalt vaagheid weg.
Aanwezigheid en verbinding brengt het systeem uit alarm.
In CMFT wordt stress niet weggemaakt.
Het wordt gedeeld in verbinding.
De volgende beweging is Mirror.
Wanneer stress gespiegeld wordt “Dit is veel voor je” hoeft het zenuwstelsel niet harder te schreeuwen.
Spiegelen zegt niet dat het probleem weg is.
Het zegt: je ervaring klopt en je bent niet alleen.
Dat:
Stress die gezien wordt, hoeft zich niet te bewijzen. Want hij wordt erkent in het lichaam in verbinding met de ander.
Stress maakt alles tegelijk belangrijk.
Alles voelt urgent. Alles trekt.
Focus doet het tegenovergestelde.
Eén gevoel.
Eén moment.
Eén sensatie.
Niet het hele verhaal, maar dit stukje.
Niet alles dragen, maar dit in het nu moment.
Wanneer de aandacht begrensd wordt “Waar voel je de spanning het sterkst?” kan het systeem zakken omdat er erkenning is die deze focus brengt.
Focus voorkomt dus overweldiging.
Het brengt het lichaam terug in het hier-en-nu en het bewustzijn in dit moment. Waardoor het ego zijn overlevingsmechanismes kan laten zakken. Het lichaam naar een nulstaat in gevoel kan gaan en kan beginnen met ontladen. Dit uit zich vaak in trillen.
Veel relationele stress gaat niet over het conflict zelf, maar over de onderliggende vragen:
Ben ik veilig bij jou?
Ben ik belangrijk?
Ga je weg als het moeilijk wordt?
Relationele stress met bovenliggende vragen vindt vaak zijn oorsprong in de vroege jeugd. Doordat het kind een onveiligheid heeft ervaren. Bijvoorbeeld een ouder die is weggegaan toen het moeilijk werd. Het kind zich een moment niet belangrijk heeft gevoeld. In CMFT leren partners stress herkennen als signaal, niet als aanval.
Niet: jij bent het probleem,
maar: de stress staat tussen ons.
Samen reguleren in plaats van elkaar bestrijden is de verbindende oplossing.
In CMFT betekent liefde niet fixen of forceren.
Liefde betekent blijven, afstemmen en aanwezig zijn. Een kalme, beschikbare ander is vaak krachtiger dan duizenden technieken. Omdat het zenuwstelsel niet kalmeert door logica, maar door veiligheid. Dat is geen psychologie. Dat is biologie. En de biologie is altijd sterker en aanweziger in het moment dan de psychologie. Zeker als je het combineert met bewustzijn.
Stress wil eigenlijk afgerond worden.
Vroeger was het simpel. Gevaar is actie, actie is ontlading, ontlading is rust.
In het hedendaagse leven kunnen we eigenlijk stellen dat we bijna altijd onder hoogspanning staan. Omdat we resultaat georiënteerd zin in ons handelen, houden we de lastige spanning binnen en gaan we door. Het lichaam blijft “aan”, ook als het gevaar voorbij is. Stress is dan als een rookmelder die blijft afgaan. Niet omdat er nog brand is, maar omdat niemand het lichaam heeft gerustgesteld.
Stress is geen vijand maar een signaal. Het vraagt niet om controle maar om verbinding. Stress zakt wanneer het zenuwstelsel zich gezien voelt. CMFT helpt stress te dragen, te spiegelen en te begrenzen, zodat er weer ruimte komt voor keuze, voelen en contact. Stress is geen emotie en geen zwakte. Het is een biologisch overlevingssysteem dat maar één ding wil weten. “Ben ik veilig?”. Soms is het krachtigste antwoord daarop gewoon een aanwezige ander die blijft.