De beschermers achter je pijn

Trauma raakt vaak niet alleen je herinneringen, maar ook je lichaam, je zenuwstelsel, je relaties en je gevoel van veiligheid. Wat je hebt meegemaakt kan ervoor zorgen dat je brein en lichaam voortdurend proberen te voorkomen dat je opnieuw overspoeld raakt. Daaruit ontstaan copingmechanismen: manieren om met spanning, angst, schaamte, verdriet, machteloosheid of herinneringen om te gaan.

Het liefdevolle uitgangspunt in traumatherapie is: coping mechanismen zijn meestal niet “raar”, “zwak” of “verkeerd”. Ze zijn ooit ontstaan omdat ze nodig waren. Ze hielpen je door iets heen waar je op dat moment misschien geen andere keuze in had, of niet de mogelijkheid had om het anders te doen met de beschikbare kennis van dat moment. In die zin zijn het overlevingsstrategieën.

Tegelijk kunnen oude overlevingsstrategieën later gaan knellen. Wat je vroeger beschermde, kan je nu tegenhouden om vrijer te leven, je grenzen te voelen, nabijheid toe te laten of rust te ervaren in je lichaam. Traumatherapie helpt om die patronen niet te veroordelen, maar te begrijpen, te verzachten en stap voor stap te vervangen door manieren van omgaan die nu beter bij je passen.
Tevens zoals aangegeven in deze blog. Trauma is in essentie een niet afgeronde beweging van het lichaam.

De beschermers achter je pijn
De beschermers achter je pijn
De beschermers achter je pijn
De beschermers achter je pijn

De beschermers achter je pijn: Wat zijn coping mechanismen bij trauma?

Coping mechanismen zijn automatische of bewuste reacties waarmee je lichaam probeert om innerlijke spanning hanteerbaar te maken. Bij trauma gebeurt dat vaak razendsnel. Je lichaam reageert soms al voordat je hoofd begrijpt wat er gebeurt.

Je kunt bijvoorbeeld ineens dichtklappen in een gesprek. Je kunt jezelf verliezen in zorgen voor anderen. Je kunt alles willen controleren. Je kunt druk blijven, zodat je niet hoeft te voelen. Of je kunt juist afstand nemen van je lichaam, alsof je er niet helemaal bent.

In traumatherapie wordt dit niet gezien als onwil. Het zijn vaak reacties van een zenuwstelsel dat ooit heeft geleerd: “Dit is hoe ik veilig blijf.”

De beschermers achter je pijn: Veel voorkomende coping mechanismen

Een bekend coping mechanisme is vermijding. Je praat liever niet over wat er gebeurd is, je gaat bepaalde plekken uit de weg, je houdt jezelf bezig of je verdooft gevoelens met werk, schermen, alcohol, eten, middelen of voortdurende afleiding. Vermijding kan tijdelijk rust geven. Het probleem is dat je wereld er vaak kleiner door wordt. Je brein krijgt niet de kans om te leren dat het gevaar van toen niet hetzelfde is als de situatie van nu.

Een ander patroon is hypercontrole. Je wilt alles goed doen, alles voorzien, alles plannen. Je scant voortdurend je omgeving: is iemand boos, gaat er iets mis, ben ik veilig? Controle kan voelen als houvast, maar kost vaak enorm veel energie. Onder controle zit dikwijls een diepe behoefte aan veiligheid.

Ook dissociatie van jezelf of lichaam komt veel voor. Dat kan voelen alsof je afwezig raakt, verdoofd bent, je lichaam niet goed voelt, stukken tijd mist of jezelf van een afstand bekijkt. Dissociatie is vaak een beschermingsreactie bij overweldiging. Het lichaam zegt als het ware: “Dit is te veel, ik haal je er even uit.”

Daarnaast zie je vaak pleasen of aanpassen. Je voelt feilloos aan wat anderen nodig hebben, maar minder goed wat jij zelf voelt. Je zegt ja terwijl je nee bedoelt. Je houdt rekening met ieders stemming. Dat kan voortkomen uit de ervaring dat veiligheid afhankelijk was van het rustig houden van anderen.

Ook vechten, vluchten, bevriezen of instorten zijn traumareacties. Boos worden, paniek voelen, blokkeren, niet meer kunnen reageren of jezelf terugtrekken zijn geen karakterfouten. Het zijn reacties van een zenuwstelsel dat gevaar probeert te hanteren. Eigenlijk is je lichaam heel hard voor je aan het werk om de boel te reguleren, op de manier die het het beste kent.

En dan is er nog zelfkritiek en schaamte. Gedachten als “ik had beter moeten reageren”, “het ligt aan mij” of “ik ben beschadigd” kunnen hardnekkig zijn. Vaak probeert het brein daarmee alsnog grip te krijgen op iets wat eigenlijk onveilig, overweldigend of oneerlijk was.

De beschermers achter je pijn: Wat doet traumatherapie met deze coping?

Een goede traumatherapeut probeert coping niet meteen weg te halen. Dat zou onveilig kunnen voelen, omdat die coping vaak juist is ontstaan om je te beschermen. Eerst wordt onderzocht: waar helpt dit patroon bij? Waar beschermt het je tegen? Wat gebeurt er in je lichaam net voordat je gaat vermijden, pleasen, controleren of dissociëren?

Daarna ontstaat er ruimte voor nieuwe keuze.

Traumatherapie werkt vaak in stappen. Eerst is er aandacht voor stabilisatie en veiligheid. Je leert herkennen wat triggers zijn, hoe spanning oploopt en welke signalen je lichaam geeft. Je leert bijvoorbeeld gronden, vertragen, ademen, grenzen voelen en terugkeren naar het hier-en-nu.

Vervolgens leer je nieuwe coping vaardigheden. Niet vanuit de boodschap “stop hiermee”, maar vanuit: “Wat helpt je nu echt, zonder dat je jezelf kwijtraakt?” Dat kan steun zoeken zijn, spanning reguleren, jezelf geruststellen, kleine grenzen oefenen of leren voelen wanneer iets te veel wordt.

Daarna kan er ruimte ontstaan voor traumaverwerking. Richtlijnbehandelingen bij PTSS zijn onder andere traumagerichte cognitieve gedragstherapie, EMDR of CMFT; de WHO noemt onder meer traumagerichte CGT, EMDR en stressmanagement als psychologische interventies die overwogen kunnen worden bij volwassenen met PTSS. De American Psychological Association heeft in haar richtlijn ook aanbevelingen opgenomen voor behandelingen bij PTSS bij volwassenen.

Verwerking betekent niet dat je moet vergeten wat er is gebeurd. Het betekent eerder dat de herinnering minder macht krijgt over je huidige leven. Het verleden wordt meer verleden. Je lichaam hoeft minder vaak alarm te slaan alsof het nog steeds gebeurt.

De beschermers achter je pijn: De rol van het lichaam

Trauma wordt vaak niet alleen opgeslagen als verhaal, maar ook als lichaamservaring. Een gespannen kaak. Een dichtgeknepen keel. Een druk op de borst. Een buik die samentrekt. Een lichaam dat wil vluchten, terwijl je gewoon aan tafel zit.

Daarom is lichaamsbewustzijn in veel traumatherapie belangrijk. Niet omdat je “dieper moet voelen” dan je aankunt, maar omdat je lichaam vaak de ingang laat zien naar wat nog bescherming nodig heeft.

Een liefdevolle benadering is hierbij essentieel. Je hoeft jezelf niet te forceren. Juist voorzichtigheid, tempo en veiligheid maken verschil. Soms is één ademhaling voelen al genoeg. Soms is alleen opmerken “ik raak weg” al een belangrijke stap.

De beschermers achter je pijn: Waar past Connect–Mirror–Focus Neuron Therapy hierin?

Connect–Mirror–Focus Neuron Therapy, vaak afgekort als CMFT of beschreven als Connect Mirror Neuron Focus Therapy, is een lichaamsgerichte traumamethode. Volgens de officiële CMFT-beschrijving is de methode gericht op traumaverwerking in de verbinding tussen cliënt en hulpverlener, waarbij beiden focussen op de lichaamssensaties van de cliënt zonder dat de cliënt volledig “in het trauma” hoeft te gaan.

Dat kan voor sommige mensen een belangrijk verschil maken. Niet iedereen kan of wil meteen uitgebreid praten over wat er is gebeurd. Soms is het verhaal te pijnlijk, te groot, te vaag of juist te overweldigend. Een lichaamsgerichte methode kan dan helpen om voorzichtig te werken met wat er in het hier-en-nu voelbaar wordt.

CMFT bestaat grofweg uit drie woorden die veel zeggen over de benadering.

Connect gaat over verbinding. Verbinding met jezelf, je lichaam, je gevoelens en de therapeutische relatie. Voor mensen met trauma is verbinding niet altijd vanzelfsprekend. Nabijheid kan spannend zijn. Vertrouwen kan langzaam groeien. In CMFT wordt die verbinding gezien als onderdeel van het helingsproces: je hoeft niet alleen te zijn met wat vanbinnen gebeurt.

Mirror gaat over afstemming en spiegeling. De therapeut stemt zich af op de cliënt en helpt om waar te nemen wat er in het lichaam gebeurt. Dat kan ondersteunend zijn voor mensen die zichzelf moeilijk voelen, snel dissociëren of gewend zijn om vooral via hun hoofd te functioneren.

Focus gaat over gerichte aandacht voor lichaamssensaties. CMFT beschrijft focussen als een geconcentreerde, op het lichaam gerichte activiteit waarin iemand bewust wordt van lichaamsgewaarwordingen; vaak gaat daar gronden of een lichaamsbewustzijnsoefening aan vooraf.

De beschermers achter je pijn: Hoe CMFT kan helpen bij coping mechanismen

Bij vermijding kan CMFT een mildere ingang bieden. Omdat de nadruk niet meteen hoeft te liggen op uitgebreid vertellen, kan iemand stap voor stap leren aanwezig te blijven bij wat voelbaar is, zonder overspoeld te raken.

Bij dissociatie kan CMFT helpen om voorzichtig terug te keren naar lichaamscontact. Niet door te duwen, maar door te leren opmerken: ben ik hier nog? Voel ik mijn voeten? Wat gebeurt er in mijn adem? Waar is het net genoeg veilig?

Bij hypercontrole kan CMFT uitnodigen om minder alleen vanuit het denken te leven. Controle zit vaak in het hoofd: analyseren, voorspellen, voorkomen. Lichaamsgerichte aandacht kan helpen om subtielere signalen te herkennen, zoals vermoeidheid, spanning, grenzen of behoefte aan rust.

Bij pleasen kan het lichaam laten merken wat het hoofd soms overslaat. Misschien zeg je automatisch “ja”, maar trekt je buik samen. Misschien lach je, terwijl je borst gespannen wordt. Zulke signalen zijn waardevolle informatie. Ze helpen je opnieuw contact te maken met je eigen nee, je eigen grens en je eigen verlangen.

Bij schaamte en zelfkritiek kan de afgestemde aanwezigheid van een therapeut verzachtend werken. Wanneer iets pijnlijks gezien wordt zonder oordeel, kan er langzaam een andere ervaring ontstaan: ik ben niet verkeerd omdat ik dit voel. Ik ben menselijk. Ik ben gewond geraakt en er mag zorg en aandacht naartoe.

De beschermers achter je pijn: Een belangrijke nuance

Het is belangrijk om eerlijk te blijven. CMFT wordt door aanbieders beschreven als een lichaamsgerichte traumamethode, maar is minder breed wetenschappelijk onderzocht en minder stevig opgenomen in internationale PTSS-richtlijnen dan bijvoorbeeld EMDR, prolonged exposure, cognitive processing therapy of traumagerichte CGT.

Dat betekent niet dat CMFT geen waarde kan hebben. Het betekent wel dat het zorgvuldig ingezet moet worden, bij voorkeur door een goed opgeleide hulpverlener die traumakennis heeft, grenzen respecteert, dissociatie herkent en goed kan inschatten wat iemand aankan.

Een veilige vraag aan een behandelaar kan zijn:
“Hoe werk je met mijn draagkracht, dissociatie en grenzen tijdens deze methode?”
Of:
“Hoe weet je wanneer we moeten vertragen?”

Goede traumatherapie gaat namelijk niet over zo snel mogelijk door pijn heen gaan. Het gaat over veiligheid, afstemming, keuze en herstel.

De beschermers achter je pijn: Van overleven naar leven

Misschien is het mooiste aan traumatherapie dat er niets aan jou “stuk” hoeft te zijn om hulp te mogen ontvangen. Je coping mechanismen vertellen een verhaal. Ze vertellen waar je bang voor bent geworden, wat je hebt moeten dragen, hoe je jezelf hebt beschermd en waar je lichaam nog steeds voorzichtig mee is.

Therapie helpt om daar met mildheid naar te kijken.

Niet: “Waarom doe ik zo?”
Maar: “Wat probeert dit deel van mij te beschermen?”

Niet: “Ik moet hier vanaf.”
Maar: “Wat heb ik nodig om mij veilig genoeg te voelen?”

En niet: “Ik ben mijn trauma.”
Maar: “Ik heb iets meegemaakt, en ik mag herstellen.”

Coping mechanismen hoeven niet met geweld te verdwijnen. Vaak worden ze zachter wanneer er meer veiligheid komt. Wanneer je lichaam leert dat het nu niet meer alleen is. Wanneer je merkt dat je grenzen ertoe doen. Wanneer je ontdekt dat voelen niet hetzelfde is als overspoeld raken.

Traumatherapie, of dat nu via EMDR, traumagerichte CGT, lichaamsgerichte therapie, CMFT of een combinatie gebeurt, kan helpen om weer meer keuzevrijheid te ervaren.

Zodat je niet langer alleen hoeft te overleven, maar stap voor stap weer kunt leven met meer rust, verbinding en vertrouwen.

De beschermers achter je pijn.
De beschermers achter je pijn.
Top menu-circlecross-circle
Erik Roesink

Erik Roesink

Motivator, Trainer, Ademcoach, Trainingsacteur

I will be back soon

Erik Roesink
Hallo 👋 Heb je een vraag? Ik help je graag op weg!
Ik ben bereikbaar via:
chat